Selma Omari deelt levensles

We mogen in dit land blij zijn met filosofen als Selma Omari. Ze wordt vaak als dom wicht neergezet, maar niets is minder waar. Selma deelt weer eens een levensles van heb ik jou daar. Ok, het is soms een beetje lastig te verstaan omdat ze doet alsof ze Engels praat, maar het is wel van belang.

Ze keept het namelijk gewoon wel even allemaal moving.

25 reacties op “Selma Omari deelt levensles

  1. Jajaj zegt:

    Aantrekkelijke vrouw. Daartegenover een opgewonden standje die haast altijd in turbo stand staat. Ik denk dat de gemiddelde kerel het daar welgeteld 1 uur bij vol zal houden.

    11
    3
  2. Jeroen zegt:

    Mooi stukje in de Tubantia vanmorgen over de steekpartij waarbij Dennis betrokken was.Ben heel benieuwd naar het verhaal van Dennis.Daar gaat Dennis morgen zeker vast wel wat over zeggen.Één ding weet ik denk ik wel wat Dennis gaat zeggen dat het niet aan hem lag.

    9
    1
  3. SCOOOO PPPPPP zegt:

    Jan Roos betrokken bij een
    Steak partij
    De ranzige veelvraat propte wel 6 grote steaks in zijn muil.
    Schandalig riepen de andere gasten.
    Enige voordeel was dat de schreeuwlelijk tijdens het kauwen even niet kon schreeuwen.
    In plaats van het roomijs toe ging janus anus de alcoholist gelijk over tot / tel maar even mee ……….bier
    🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺🍺

    11
    7
  4. De Podcast zegt:

    In deze aflevering van de podcast Het Ene Moment gaat Elsbeth Gruteke in gesprek met Harriëtte Verwey. Harriëtte is nu met pensioen, maar in haar werkzame leven was ze een zeer toonaangevende cardioloog. Mét een koninklijke onderscheiding. Ze was gespecialiseerd in hartfalen en harttransplantatie, maar ook in het vrouwenhart. Een specifieke gebeurtenis veranderde bepaalde wat voor dokter ze wilde worden.
    Ik was een verlegen, teruggetrokken kind, een beetje mensenschuw zelfs’, vertelt Harriëtte Verwey. Het was dan ook een grote stap voor haar toen ze, in 1970, vanuit Suriname naar Nederland kwam om geneeskunde te studeren. ‘Op mijn dertiende gebeurde er iets belangrijks. Er was een enquete met daarin de vraag wat ik later wilde worden. Ik wist het niet. De jongens vulden piloot in, de meisjes dokter. En ik volgde de massa. Mijn moeder stimuleerde me om dan wel wat meer te gaan lezen, dus ik werd lid van de bibliotheek. Mijn vader heeft altijd dokter willen worden, maar zijn ouders waren heel arm en konden dat niet betalen. Toen ik het idee in mijn hoofd kreeg, heeft hij me erg gestimuleerd om ervoor te gaan.’
    Eenzaam
    ‘Ik was nooit eerder in Nederland geweest en toen ik het vliegtuig uitstapte had ik het koud. Ik had nooit voor mezelf gezorgd en al snel kwam er een diepe, intense eenzaamheid. Ik zal regelmatig alleen op mijn kamer. Die eenzaamheid zorgde bijna voor een lichamelijke pijn. Ik heb er nu geen last meer van, ik praat er nuchter over, maar er was een periode waarin ik er niet over wilde praten.’
    Dat Harriëtte eerder, in Suriname, al een keuze voor het geloof had gemaakt, hielp haar er doorheen. ‘Het bracht me rust, het nam mijn onzekerheid en angst weg. Het gaf me vrede en een gevoel van belonging. Het hielp in die eenzame tijd.’
    Telegram
    ‘Op een dag kreeg ik een telegram met de boodschap dat mijn moeder ernstig ziek was, dat ze een hersenbloeding had gehad en in het ziekenhuis lag. Die week was een uitputtingslag voor mij, de eerstvolgende vlucht ging pas een week later. Mijn moeder is op haar 43ste gaan studeren. Ze was opgeklommen tot onderhoofd van een grote basisschool. Ze was een vrouw die middenin het leven stond. Ik wist niet wat ik zou aantreffen. Ik wist niks. Toen ik aankwam, vertelde een arts mij alle medische informatie – omdat hij wist dat ik ook arts was. Hij deed alsof ik een collega was, ik deinsde achteruit van die heftige informatie en greep me vast aan de muur, maar hij bleef doorratelen. Het was een nare ervaring; ik wilde alleen maar naar mijn moeder. Ik besefte het toen niet zo, maar dat was een heel bepalend moment voor mij. Ik wist: zo’n dokter ga ik nooit worden, ik wil me echt op de mens richten. Die instelling heeft me uiteindelijk ver gebracht.’

    1
    8
  5. Janus anus de alcoholist zegt:

    Geef 5 euro
    Steun mij
    Ik red het niet meer
    Mijn bloedjes van kinderen hebben honger
    Ze moeten nieuwe schoenen
    Dus doe lief
    5 euro
    Voor mijn kids
    Niet voor bier
    Hik hik

    4
    6
  6. De gelaarsde kat zegt:

    Het sprookje van de gelaarsde kat stond tot voor kort zeker niet bekend als ‘Eftelingsprookje’. Het is ook niet echt uitgebeeld het Sprookjesbos, vind je deze kater toch terug in het park. Sinds 1999 staat de gelaarsde kat in het sprookjesstation, waar je met de stoomtrein langskomt. Van 2002-2004 werd het verhaal ook, samen met “Ezeltje Strek je, Tafeltje dek je, Knuppel uit de zak!” uitgebeeld in de “Wonderlijke Efteling Show”.

    Het sprookje
    Er waren eens een arme molenaarszoon en een heel schrandere kat, en over deze twee gaat dit sprookje. De molenaar was zo arm dat zij bij zijn dood alleen maar zijn molen, zijn ezel en de kat aan zijn drie zoons kon nalaten. De oudste zoon erfde de molen, de middelste zoon kreeg de ezel en voor de jongste zoon bleef alleen de kat over. “Wat heb ik nu aan een kat?” vroeg de jongste zoon van de molenaar zich bitter af toen hij alleen met zijn kat zat. “Van een kat zal ik niet rijk worden.” “Ik kan me misschien best nuttig maken”, zei de kat, alsof hij de gedachten van zijn meester kon lezen. “Wie weet zult u nog versteld van mij staan, als u mij wilt vertrouwen. “Jou vertrouwen!” riep de jongen spottend uit. “Mijn twee broers hebben het meeste geërfd; de molen en de ezel. Kun jíj mij soms helpen mijn brood te verdienen?” “Ik beloof u”, sprak de kat geduldig, “dat als u alles aan mij overlaat en mij geeft waarom ik vraag, ik u zal helpen uw fortuin te maken.”

    De kat praatte zo ernstig en overtuigend dat de molenaarszoon toch wel wilde luisteren naar wat hij te zeggen had. “Al wat ik nodig heb”, vervolgde de kat, “is een paar kaplaarzen en een grote jutezak.” “Waarvoor heb jij kaplaarzen en een jutezak nodig?”, zei de jongen onwillig. “Maar als het zo moet, krijg jij je laarzen en zak.” “Het doet er niet toe waarvoor ik ze nodig heb”, antwoordde de kat. “Maar ik kan je verzekeren dat ik er een fortuin mee maak. En daar moest de molenaarszoon het mee doen. Nu de kat z’n spullen had gekregen, liet hij zich de ‘gelaarsde kat’ noemen. Gewapend met een zak en zijn mooie lagen ging hij het bos in, want daar wist hij een hol vol konijnen te zitten. Hij vulde de zak met zoetgeurige zemelen, en legde deze bij deze dicht bij de hol neer.

    Even later kwam een konijn uit het hol en kroop in de zak met al het lekkers, op dat moment trok de gelaarsde kat de zak dicht; het konijn was gevangen. De gelaarsde kat ging meteen op weg naar het paleis en hij gedroeg zich zo deftig en waardig dat hij onmiddellijk tot de koning werd toegelaten. De koning was een vrolijke man, en dol op konijnen, en daarom was hij verrukt toen de gelaarsde kat hem het gevangen konijn voorhield. “Majesteit”, sprak de gelaarsde kat, “hier is een cadeautje van mijn edele meester, de Markies van Carabas.” Want dat was de klinkende naam die de de gelaarsde kat voor de arme molenaarszoon had bedacht. Iedereen, zelfs de koning, vindt het heerlijk als hij een cadeautje krijgt, en deze koning was al héél blij met zijn geschenk. Hij was nog verheugder toen de de gelaarsde kat de volgende dag opnieuw naar het paleis kwam, en ook de dagen daarna, met fazanten, patrijzen en nog meer konijntjes; allemaal presentjes van de Markies van Carabas. Zodra de koning de wens te kennen gaf deze edele Markies van Carabas wel graag eens te willen ontmoeten, beraamde de gelaarsde kat zijn volgende plannetje. “Doe wat ik zeg”, sprak hij op een zekere dag tegen zijn meester. “Hou je gereed om morgen in de rivier te baden. Ik zal wel zeggen wáár en hoe laat.” “Goed”, zei zijn meester, “ik wou intussen dat ik wist waar dit alles goed voor is.” hij vroeg zich dat nog steeds af toen de gelaarsde kat hem de volgende morgen uit zijn gerafelde kleren hielp en in de rivier duwde. De kat had amper de tijd om de vodden van zijn meester te verbergen, of er klonk al hoefgetrappel. Langs een grote weg kwam de koets van de koning aangereden, getrokken door zes vurige paarden.

    De gelaarsde kat begon gelijk te roepen: “Help! Help! Mijn edele meester, de Markies van Carabas, verdrinkt. Help! Help!” Zodra de koning deze bekende naam hoorde, liet hij de koets stoppen. En het duurde niet lang of de arme molenaarszoon werd door de dienaren van de koning druipend uit het water getrokken. Intussen luisterde de koning aandachtig naar wat de kat te zeggen had. Hij vertelde dat er rovers waren gekomen, die alle mooie kleren van de markies hadden gestolen. “Zou u, o majesteit niet voor een nieuw gewaad voor mijn meester zorgen?” vroeg de kat. “Hij zal het beste uit de koninklijke garderobe hebben”, beloofde de koning en meteen stuurde hij zijn hofdienaar naar het paleis om kleren te halen. De molenaarszoon zag er deftig uit in de nieuwe kleren, zo deftig, dat de prinses ervan moest blozen. “Dit is de edele jonkman die mij zoveel geschenken heeft gegeven”, zei de koning. “Mag ik je voorstellen, lieve dochter, aan de Markies van Carabas?” De molenaarszoon maakte een diepe buiging en als hij over zijn titel al verbaasd was, liet hij er niets van merken. “Klim maar bij ons in de koets”, vervolgde de koning. “Het zal een grote eer voor ons zijn. en we hebben veel te bespreken.” En zo reed de molenaarszoon mee in de koninklijke koets, hij mocht op de roodfluwelen kussen naast de prinses zitten en daar wij hij erg blij om.

    Ondertussen zat de gelaarsde kat nog niet op een fluwelen kussen. Zijn grote laarzen droegen hem zo snel door het land dat hij de koets ver vóór bleef. En dat moest ook, want er moest nog heel wat werk verzet worden voor het fortuin van zijn meester zeker gesteld was. Uit gestrekte groene weiden, en velden vol goudgeel graan grensden aan de weg. Met zijn scherpe ogen zag de gelaarsde kat dat hij nu door een vruchtbare streek trok. Hij liep snel naar enkele boeren in het veld die hard aan het werk waren. “Beste boeren en boerinnen”, zei de kat, “Over een paar minuten komt de koning langs. Zeg hem dat al dit land toebehoort aan de Markies van Carabas. Als je het niet doet, laat ik jullie in mootjes hakken.” De boeren hadden geen flauw idee wie de Markies van Carabas was, maar ze merkten dat de kat geen grapjes maakte. “Natuurlijk, natuurlijk!” antwoordden ze in koor. “Zoals u wenst, edele Kat. Laat dat maar aan ons over.” Opeens hoorde de gelaarsde kat het gerammel van de koets welke over de keien reed. Hij moest maken dat hij weg kwam, want de koning mocht hem daar natuurlijk niet zien. Kort daarna kwam de koninklijke koets langs de korenvelden. “Wat een prachtige koren staat hier op het veld”, riep de koning uit. “Vertel mij eens lieden, van wie is al dit land?” “Al dit land behoort aan de Markies van Carabas”, antwoordden ze in koor. De koning had dit antwoord blijkbaar niet verwacht, want op hun verdere reis, liet hij de koets zo nu en dan stoppen om de boeren en boerinnen op de velden te vragen aan wie al dit land toebehoort. En telkens kreeg hij hetzelfde antwoord. De gelaarsde kat had de arbeiders goed voorbereid, want er was niemand die een ander antwoord durfde te geven. De koning dacht dat de Markies van Carabas wel heel rijk moest zijn en in een groot kasteel zou moeten wonen.

    De arme molenaarszoon bezat ondertussen geen goudkleurige koren velden, en al helemaal geen groot kasteel. Echter, de gelaarsde kat had zijn oog laten vallen een grote burcht. En laat deze burcht nou net op de route liggen waar de koninklijke koets langs zal komen. “Tot zover is alles vlekkeloos gegaan”, dacht de gelaarsde kat, terwijl zich over de ophaalbrug van de burcht spoedde. “Nu moet ik alleen nog even bij de tovenaar op bezoek.” De tovenaar was een eenzame man, die nooit bezoekers ontving. Maar toen hij hoorde dat de gelaarsde kat een vriendschappelijk praatje wilde maken, mocht hij binnen komen. Hij kwam in een grote eetzaal terecht, met een grote gedekte tafel. “Het is heel vriendelijk van u, dat u mij wilt ontvangen”, zei de kat nederig. “Ik heb gehoord dat u de machtigste tovenaar van het land bent. En ik wou u kasteel niet passeren zonder u met een bezoekje vereerd te hebben.” “Zozo, kat, dat mij mij een genoegen”, antwoordde de tovenaar. “Ik wist dat ik bekend ben, maar dat u van ver komt speciaal voor mij, dat vind ik een grote eer.” “Vertelt u mij eens, tovenaar, is het echt zo dat u zich in alles kan veranderen wat u maar wilt?” “Dus”, zei de gelaarsde kat, “U kunt zich in een oogwenk veranderen in een olifant of tijger?” Nog voor de kat met z’n ogen kon knipperen was de tovenaar veranderd in een groot wild beest. De gelaarsde kat schrok wel, maar niet lang daarna kreeg hij zijn moed en sluwheid weer terug, en vroeg de tovenaar: “Indrukwekkend, maar kunt u zich ook veranderen in iets kleins? Een muis ofzo?” “Niets aan!” snauwde de tovenaar. “Let maar op!” En meteen toen de tovenaar zich in een klein muisje had veranderd, dook de kat erop en at hem op. Dat was het einde van de tovenaar.

    Tevreden wierp de gelaarsde kat nog een blik door de zaal, en toen haastte hij zich naar de poort van het kasteel. Mooi op tijd, want de koninklijke koets was zojuist aangekomen. “Majesteit”, zei de gelaarsde kat, “Wees welkom in dit nederig stulpje van mijn heer en meester, de Markies van Carabas!” “Wat!?” riep de koning verbaasd. “behoort dit slot ook toe aan de Markies, die al zovele korenvelden in zijn bezit heeft.” “Zo is het, majesteit:, zei de gelaarsde kat, “Namens mijn meester, heet ik u van harte welkom op Kasteel Carabas.” Even later ging de gelaarsde kat hen voor naar de ingang van het kasteel, gevolgd door de koning, zijn lieftallige dochter en de molenaarszoon. De koning stond beduusd van de weelderige inrichting van het kasteel en toen hij gouden borden met de heerlijkste gerechten op tafel zag staan, was hij overtuigd. Deze man, de Markies van Carabas, was de ideale man voor zijn dochter. “Het is mij een eer”, zei de koning, “om toestemming te geven voor jullie huwelijk.” en zo trouwde de molenaarszoon met de prinses en ze leefden nog lang en gelukkig tot in lengte van jaren. en de gelaarsde kat? Ook hij mocht niet klagen, hij kreeg alles wat zijn hartje begeerde. Iedere dag kreeg hij muizen, behalve op zondag, omdat hij bang was dat hij anders het jagen zou verleren.

    De gelaarsde kat in de Efteling
    Het sprookje van de gelaarsde kat stond tot voor kort zeker niet bekend als ‘Eftelingsprookje’. Pas in 1999 kwam de gelaarsde kat tot leven, maar niet in het Sprookjesbos zelf. De Efteling Stoomtrein rijd sinds 1999 langs een speciaal sprookjesstation, waar diverse sprookjesfiguren op de trein wachten. Een van het is de gelaarsde kat. Het station grenst wel aan het Sprookjesbos en is gedeeltelijk vanaf de parkeerplaats te zien.

    De naam “De gelaarsde kat” kwam al langer voor in de Efteling. Tegenover het Carrouselpaleis is een snoepwinkeltje dat “In de gelaarsde Kat” heet. In het jubileumseizoen 2002 wordt het verhaal van de gelaarsde kat ook, samen met “Ezeltje Strek je, Tafeltje dek je, Knuppel uit de zak!” uitgebeeld in de de Wonderlijke Efteling Show.

    4
    8
  7. Tatjana Simca zegt:

    Als je er in Hilversum een beetje bij wil horen moet je er af en toe; Helemaal of helemaal leuk, oprecht, top en dat is wel een dingetje en een Engelse zin in gooien. Verder hoef je niks te kunnen en mag je gewoon heel dom zijn, Bij voorkeur eigenlijk. Hoe dommer hoe beter. Ik mijn tijd was tieten hebben nog genoeg.

    7
    0
    • De Grote Baas zegt:

      Oprecht een leuke reactie! Echt helemaal leuk en top! Amazing job and very funny Tatjana! Je hebt, los van mijn cynische reactie overigens wel helemaal gelijk, ehhmm… You’re extreme right!

      1
      2
  8. @Jan-waar-is-de-extra? zegt:

    Selma Omari, de zwakbegaafde ‘Moslima’ die nog ordinairder is dan Kim Kardashian. Hahaha, wie neemt dat mens nou serieus?

    9
    0
  9. A message for John Rose the alcoholic pig zegt:

    Een alcoholverslaving ontstaat meestal geleidelijk. Sommige mensen drinken om de eenzaamheid op te vullen, om hun problemen te vergeten of om te kunnen ontspannen. Het kan beginnen met af en toe een drankje voor de gezelligheid, maar na verloop van tijd nemen die drinkmomenten toe.

    Wanneer is er sprake van verslaving?
    Bij verslaving is ‘willen gebruiken’ veranderd in ‘moeten gebruiken’. Een ander woord voor verslaving is ‘afhankelijkheid’. Afhankelijkheid kun je opdelen in geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid.

    Geestelijke verslaving
    Hierbij verlangt de gebruiker steeds sterker naar alcohol en voelt zich eigenlijk niet meer prettig zonder. Dit speelt met name bij mensen die regelmatig gebruiken, bijvoorbeeld wekelijks of dagelijks. Dit geldt nog sterker wanneer iemand alcohol gebruikt om de werkelijkheid te ontvluchten, bijvoorbeeld om problemen te vergeten. Geestelijke afhankelijkheid kan bij bijna alle middelen optreden.

    Lichamelijke verslaving
    Wanneer je lichamelijk afhankelijk bent van alcohol, protesteert het lichaam wanneer het gebruik sterk afneemt of geheel stopt. Dit noem je ontwenningsverschijnselen. Voorbeelden van ontwenningsverschijnselen zijn: trillende handen, transpireren, misselijkheid, angst en somberheid.
    Gevolgen van alcoholverslaving
    Alcoholverslaving heeft zowel psychische als lichamelijke gevolgen:

    Psychisch

    Verminderd geheugen
    Verminderde concentratie
    Weinig zelfkritiek en zelfreflectie
    Ontkenning van de alcoholverslaving
    Angst
    Depressie
    Burn-out
    Verwardheid
    Agressief gedrag
    Lichamelijk
    Beschadiging van de alvleesklier en de lever
    Hartritmestoornissen, hartinfarct
    Herseninfarct
    Korsakov syndroom
    Dementie
    Problemen door alcoholverslaving
    Iemand die verslaafd is aan alcohol heeft een onweerstaanbare behoefte aan alcohol. Er is altijd wel een reden om te drinken. En als je drinkt, kun je niet meer stoppen. Er zijn steeds grotere hoeveelheden drank nodig om in een roes te raken. Als je niet drinkt, leidt dit tot ontwenningsverschijnselen, zoals misselijkheid, transpireren, slapeloosheid, angst of een gespannen gevoel. Om deze verschijnselen weer kwijt te raken ga je opnieuw drinken en belandt zo in een vicieuze cirkel.

    Mensen met een alcoholverslaving functioneren meestal slechter op het werk en vaak is er sprake van veelvuldig ziekteverzuim. Ook de relatie met hun partner en kinderen kan diep onder het alcoholmisbruik lijden. Ontslag, werkloosheid, echtscheiding en dakloosheid kunnen het gevolg zijn.

    Hulp bij alcoholverslaving
    Het is haast onmogelijk een alcoholverslaving zonder professionele hulp de baas te worden. Ook is het meestal erg zwaar als iemand in je naaste omgeving een alcoholverslaving heeft, bijvoorbeeld je partner of een ouder. Neem gerust contact op met MIND Korrelatie. Wij bieden je hulp en advies, toegespitst op jouw persoonlijke situatie. Je kunt bellen, chatten, WhatsAppen of mailen.

    4
    2
  10. Anti Alles zegt:

    Even tussendoor, hoe lekker (welk mokkeltje dan ook) eruit ziet….als ze begint te praten zoals dit figuur, dan krijg je toch spontaan een ingekrompen penis….
    De spraakwaterige dommigheid vliegt je om de oren.

    8
    0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.